Delfts Aardewerk

De Porceleyne Lampetkan tabakspot met koperen deksel

Na de val van Antwerpen in 1585 kwam het economisch zwaartepunt van de Nederlanden in de noordelijke provincies te liggen. De grootste provincie, Holland, kon zich in relatieve rust ontwikkelen en de welvaart nam langzamerhand toe. Dat betekende dat er geld kwam om luxe producten te kopen. Een van die luxe producten was het porselein dat door de VOC vanuit China werd geïmporteerd; in 1610 waren dat al ongeveer 100.000 stuks en in 1644 was de import opgelopen tot 200.000 stuks.

In Delft was al een aardewerk industrie aanwezig die vooral tegels en huishoudelijk gebruiksgoed maakte. De makers van het aardewerk zagen het commerciële succes van het porselein en langzamerhand gaan de ateliers het Chinese goed imiteren. In Europa wist men nog niet hoe men porselein kon produceren maar de plateelbakkers in Delft probeerden wel zo dun mogelijke aardewerken borden te maken die met een Chinees decor werden versierd. Het decor van die borden uit het eerste helft van de 17e eeuw wordt Wan-Li genoemd, naar de Chinese Keizer van de Ming-dynastie die toen aan de macht was.

Halverwege de 17e eeuw zien we dat de export vanuit China vanwege interne strubbelingen sterk terugloopt. De VOC wil de lucratieve handel in porselein in stand houden en probeert vanaf het midden van de 17e eeuw de terugval in het aanbod van Chinees porselein op te vangen.

Men gaat Japans porselein importeren dat gemaakt werd in de voormalige provincie Hizen, op het eiland Kyushu in het zuiden van Japan (zie ook ons bericht over Imari). Het Japans porselein is echter duur en er worden lang niet zoveel stukken geproduceerd. Dat betekent kansen voor de Delftse aardewerkindustrie en in de tweede helft van de 17e eeuw zien we dat er veel fabriekjes voor de productie van aardewerk bijkomen. Veel van die fabriekjes hebben het woord porselein in de naam, zoals de Porceleyne Claeuw, een fabriek die in 1658 wordt opgericht.

In de 18e eeuw krijgt de Delftse aardewerkindustrie met een groot aantal concurrenten te kampen. De productie van Chinees porselein komt weer op gang en er worden polychrome, veelkleurige, stukken geëxporteerd in famille rose, genoemd naar de roze kleur in de decoraties. Ook maken de Chinezen porselein met decoraties die ze aan het succesvolle 17e eeuwse Japanse Imari ontleend hebben. Het porselein komt nu niet meer alleen uit het Verre Oosten. In Meissen in het koninkrijk Saksen, ontdekt men aan het begin van de 18e eeuw het procedé om porselein te maken en snel daarna zien we dat in met name Duitstalige landen veel porseleinfabrieken worden opgericht. Engeland komt op als machtig land waar de industrie zich sterk ontwikkelt. Een fabriek als Wedgwood exporteert serviezen van een goede kwaliteit tegen concurrerende prijzen naar Nederland. Rond 1800 zien we dan ook het aantal aardewerkfabrieken in Delft sterk afnemen.

 

De foto’s bij dit bericht zijn van een tabakspot van De Porceleyne Lampetkan; een van de belangrijkste fabrieken van de Delftse aardewerkindustrie. Het merk aan de onderkant is gebruikt tussen 1743 en 1756 (Julius Matusz, Delfter Fayence, 1977). Het decor bestaat uit een cartouche met de tekst Martiniek en aan weerszijden twee rokende indianen. Hoogte ca 26 cm (exclusief deksel).

De Porceleyne Lampetkan tabakspot met koperen deksel

 

 

In onze collectie hebben we een tabakspot van De Porceleyne Lampetkan; een van de belangrijkste fabrieken in de Delftse aardewerkindustrie. Het merk aan de onderkant is gebruikt tussen 1743 en 1756 (Julius Matusz, Delfter Fayence, 1977). Het decor bestaat uit een cartouche met de tekst Martiniek, aan weerszijden twee rokende indianen. Hoogte ca 26 cm (exclusief deksel).

De Porceleyne Lampetkan tabakspot met koperen deksel
Foto van de pot met bijpassende deksel
Heeft u ook interesse in aardewerk uit de art deco periode:
Bekijk onze collectie