Imari

Ovaal Imari wandbord

Met de productie van het porselein dat als Imari bekend staat, is men 400 jaar geleden in Japan begonnen. In China kende men het procedé voor de productie van porselein al langer. Japan verkreeg benodigde knowhow nadat men Koreaanse porseleinmakers ontvoerde tijdens de Japanse invasies in Korea aan het eind van de 16e eeuw. Nadat een van deze ambachtslieden kaolien in de buurt van Arita had gevonden, kon de productie in Japan een aanvang nemen.

Arita ligt in de voormalige provincie Hizen, op het eiland Kyushu in het zuiden van Japan. Het porselein dat in de ovens rond Arita werd geproduceerd werd voor een belangrijk deel vanuit de havenstad Imari geëxporteerd naar China, Europa en de Verenigde Staten.

Het eerste porselein dat geproduceerd werd was onderglazuur blauw en wit porselein dat bekend staat als Shoki-Imari. Het Chinese porselein uit de Ming-dynastie fungeerde als voorbeeld voor de Japanse decors in de 17e eeuw. Chinese vluchtelingen die in Noord-Kyushu aankwamen, vanwege de onrust die ontstaan was door de overgang van het Ming tijdperk naar het Qing tijdperk, zouden de techniek hebben meegenomen van de bovenglazuur kleuren. Zo ontwikkelde Shoki-Imari zich tot Ko-Kutani Imari. Ko-Kutani werd rond 1650 geproduceerd voor zowel de export als de binnenlandse markt. Kutani-waren worden gekenmerkt door beelden van landschappen in groene, blauwe, paarse, gele en rode kleuren. Het blauwe en witte porselein dat dan geproduceerd wordt, wordt Ai-Kutani genoemd. Ko-Kutani Imari voor de exportmarkt maakte meestal gebruik van Chinese ontwerpen.

Imari wandbord 19e eeuw

De Ko-Kutani-stijl evolueerde naar Kakiemon Imari, waarvan de productie startte rond 1700 en dat ongeveer 50 jaar lang werd geproduceerd. Kakiemon wordt gekenmerkt door helderblauwe, rode en groene ontwerpen van bloemen- en vogelscènes. Blauw en wit Kakiemon wordt Ai-Kakiemon genoemd. De Kakiemon-stijl evolueerde in de 18e eeuw tot Kinrande, met onderglazuur blauw en bovenglazuur rode en gouden beschildering. Aan het eind van de Edo-periode zien we ook Kutani porselein en Satsuma aardewerk in Kinrande versiering.

Tijdens de overgang van de Ming naar de Qing dynastie, komt de export van Chinees porselein tijdelijk stil te liggen en wordt het Imari porselein naar Europa geëxporteerd door de Verenigde Oost-Indische Compagnie, waar het eerst in Amsterdam aankomt, van daaruit vindt het zijn weg door heel Europa. In Europa duidt de benaming Imari, porselein uit Arita aan van vooral Kinrande Imari.

Het Japanse porselein had dus een Chinese oorsprong. Langzamerhand zien we een Japanse stijl ontstaan die over het algemeen de volgende combinatie heeft:

  • Landschappen in Ming stijl.
  • Karakters voor geluk, een lang leven, welvaart etc.
  • Florale motieven.
  • Chinese mannen rond het centrum en op de rand.

De Japanse invloeden zijn afgeleid van:

  • Boekillustraties gemaakt met houtblok drukken.
  • Lakwerk in goud.
  • Zijden stoffen.
Imari kom in bronzen montuur
Imari kom in bronzen montuur

De export van Imari naar Europa stopte halverwege de 18e eeuw toen China de export naar Europa hervatte, omdat Imari vanwege hoge arbeidskosten niet kon concurreren met Chinese producten. Tegen die tijd echter waren zowel Imari- als Kakiemon-stijlen al zo populair bij Europeanen dat het Chinese exportporselein beide gekopieerd heeft, een type dat bekend staat als Chinese Imari. Tegelijkertijd imiteerden Europese fabrieken, zoals Meissen en Engelse pottenbakkerijen zoals Johnson Bros. Mason en (Royal) Crown Derby, ook de stijlen Imari en Kakiemon.

 

De export van Imari steeg opnieuw aan het einde van de 19e eeuw (Meiji-tijdperk) toen het japonisme bloeide in Europa. Zo zijn er in de westerse wereld van vandaag twee soorten Japanse Imari te vinden: die geëxporteerd in het midden van de Edo-periode en die geëxporteerd in het Meiji-tijdperk.

Samson Imari schaaltje in bronzen montuur met feniksen

Kopie Imari van de Parijse firma Samson

Meer Japans Imari zien:
Klik hier