Kees van Dongen (1877-1968) – grafiek

Kees van Dongen - La Princesse de Babylone

De Nederlands-Franse schilder Kees van Dongen is vooral bekend van zijn schilderijen en tekeningen waarin hij het leven en vooral ook de vrouw uit de eerste helft van de 20e eeuw in beeld brengt. De afbeeldingen laten het mondaine leven zien in Parijs en de vrouwen die in de laatste mode over straat flaneren. Met zijn werk kan hij ook gezien worden als de chroniqueur van het Fin de Siècle én de art deco periode. In onze collectie hebben we een aantal litho’s van Van Dongen opgenomen. In dit stukje willen we kort iets vertellen over zijn leven aan het begin van de twintigste eeuw en enkele grafische technieken bespreken waarmee zijn werk is vermenigvuldigd.

Van Dongen studeerde in de avonduren aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten waar hij zich naast tekenen ook bekwaamde in het lithograferen. In 1897 verhuist Van Dongen naar Parijs, aan het eind van de 18e eeuw zal zijn succes nog niet zo groot zijn geweest want hij gaat vaker voor langere periodes terug naar Rotterdam. Vóór 1904 is Van Dongen vooral bekend als tekenaar, in dat jaar exposeert hij bij de Salon des Indépendants; waar in die tijd voornamelijk schilderijen in neo-impressionistische stijl worden tentoongesteld. In 1905 neemt hij in de Salon d’Automne deel aan een belangrijke tentoonstelling van fauvistische kunstenaars. Van Dongen wordt gezien als een van de eerste Nederlandse fauvisten; een kunststroming die veelal gebruik maakt van onvermengde directe kleuren. Door zijn contacten met Nederlandse kunstenaars, heeft Van Dongen ook een grote invloed op de ontwikkeling van het modernisme in Nederland.

 

Kees van Dongen - Petite Histoire pout petits et grands

In 1901 illustreert Van Dongen voor het blad L’Asiette au beurre een volledig nummer met een suite getiteld Petite Histoire pout petits et grands. Kees van Dongen - Petite Histoire pout petits et grandsDe oorspronkelijke illustraties zijn met houtskool en gewassen waterverf gemaakt, deze werden door de drukker verkleind en op lithosteen gezet. Kees van Dongen - Petite Histoire pout petits et grandsVanaf 1901 tot en met 1905 maakt Van Dongen ongeveer 300 illustraties, waaronder ook een inzending voor een wedstrijd voor het dagblad Het Volk in 1902.Kees van Dongen - Petite Histoire pout petits et grands

Kees van Dongen (1877-1968) - La Princesse de Babylone
1968) - La Princesse de Babylone

Het succes van zijn schilderijen vanaf 1904 zal ervoor gezorgd hebben dat Van Dongen minder aandacht gaat besteden aan grafiek. In 1919 verschijnt het eerste boek dat Van Dongen van illustraties voorziet; Hassan Badreddine el Bass Raoul – Conte des 1001 Nuits. De inkleuring van de illustraties geschiedt met de pochoir techniek. Elk vel wordt dan met de hand ingekleurd met behulp van sjablonen waaruit het te kleuren vlak is weggesneden. Voor iedere kleur moet dus een sjabloon worden gemaakt. Deze vorm van het maken van prenten is zeer bewerkelijk. In het Parijs van voor de Tweede Wereldoorlog ontstonden veel ateliers die zich specialiseerden in de pochoir techniek. De pochoirs van Van Dongen werden door het atelier Ibis van de Parijse drukker Jean Saudé gemaakt.

Van Dongen liet zijn werk vermenigvuldigen met behulp van verschillende technieken zoals het etsen, aquatinten en lithografie. In onze collectie hebben we, naast een aantal bladen uit L’Asiette au beurre, ook een kleurenlitho uit La Princesse de Babylone van Voltaire, een boek uitgegeven in 1948. Bladmaat ca 24*34 cm, met signatuur.

We hebben een grote collectie grafiek uit de twintigste eeuw.
Meer grafiek zien